Het verhaal kwam met angstaanjagende helderheid in beeld. Stropers hadden de berenfamilie tot in deze afgelegen vallei gevolgd, de moeder met een verdovingspijl neergeschoten om haar te vangen, en de welpjes zo bang gemaakt dat de doodsbange jonge beren de dichtstbijzijnde boom in renden, waar ze in de holle stam vielen.
Marco volgde diepe sleepsporen door het struikgewas, terwijl zijn hart tegen zijn ribben bonkte. Het spoor leidde een dichtbegroeid, donker stuk bos in. Daar, roerloos liggend onder een laag takken, lag de enorme, donkere gestalte van de moederbeer. Marco verstijfde en dook weg achter een grote rots. Haar enorme borstkas ging op en neer bij diepe, zware ademhalingen. De felgele huls van een verdovingspijl stak nog steeds uit haar heup. Toen trilde haar achterpoot.
Er ontsnapte een zacht gekreun uit haar kaken. Haar oogleden fladderden, waardoor haar wazige, verwarde ogen zichtbaar werden. De stropers hadden een te zwak slaapmiddel gebruikt, of een middel waarvan de houdbaarheidsdatum was verstreken. De moederbeer werd wakker – en ze zou verward, woedend en uiterst gevaarlijk zijn.