De radio barstte uit in een koor van gejuich en geschreeuw dat Mathew zelfs zonder het apparaat kon horen. Onder hen op de berg begonnen tientallen zaklampen feestelijk te dansen en te zwaaien. Mathew zat daar een lange minuut in de sneeuw, terwijl hij zijn zoon vasthield en het kleine hartje van de jongen tegen zijn borst voelde kloppen. Het was het mooiste geluid dat hij ooit had gehoord.
“Ben je boos op me?” Vroeg Michael, zijn hoofd rustend op Mathew’s schouder. Mathew stikte in een lach, half snikkend. “Nee, Mike. Ik ben niet boos. Maar vertel me de volgende keer wanneer je zin hebt om naar buiten te gaan of een dier te volgen, oké?” Hij stond op en tilde de jongen in zijn armen. Hij voelde een plotselinge, ongelooflijke kracht; de vermoeidheid van de afgelopen zes uur was verdwenen.