Haar adem stokte. Ze tikte op de afbeelding. Verspreid over het droge gras lagen grote, opvallende veren – wit en bruin, helder als de dag. Haar borstkas verstrakte. De boomgaard lag aan de rand van de stad. Ze draaide zich naar Alex, haar ogen wijd open en haar stem trilde van de haast. “Dit kan iets zijn,” fluisterde ze. “Een echte aanwijzing.”
Zonder te wachten gingen zij en Alex snel op weg naar de appelboomgaard. Ze staken open velden over en liepen in de richting van de boomgaard. Hoewel de mist was opgetrokken, hing er een zware stilte om hen heen. Het voelde alsof zelfs de lucht zijn adem inhield, wachtend op wat komen ging.