Haar huis verscheen voor haar als een belofte en een bedreiging. En toen zag ze het. Een auto op haar oprit. Niet de hare. Een donkere sedan, die een hartslag stationair draaide en toen achteruit rolde alsof hij voelde dat ze naderde. Julia’s maag zakte zo naar beneden dat ze zuur proefde. De auto reed achteruit, draaide en reed haar zonder aarzelen voorbij.
Door de voorruit zag Julia een glimp van de bestuurder. Een vrouw met opgestoken haar. Donkere jas. Kalme houding. Beide handen aan het stuur alsof ze zich aan alle verkeersregels hield. Alsof ze niet net Julia’s leven had opengereten. Julia trapte op de rem en zat stomverbaasd toe te kijken hoe de sedan weggleed alsof er niets gebeurd was. Eén minuut.