Marcus verscheen in zijn eerste jas, met gestage bewegingen. Achter hem stapte een tweede man naar buiten, groter, zijn gezicht verborgen onder een donker masker. Ze spraken niet. Ze keken niet om zich heen alsof ze zich zorgen maakten. Ze bewogen zich alsof dit routine was. Eleanor bewoog niet totdat ze zag wat ze uit het busje haalden. Rex.
Hij lag slap in Marcus’ armen, met een hangende kop en bungelende poten. Door de verdoving leek hij kleiner, hulpeloos op een manier die dwars door haar borstkas ging. Eleanors adem stokte zo hard dat het pijn deed. Ze keek Sarah aan. Sarah’s ogen verstrakten. Toen gaf ze een klein knikje – geen woorden, alleen instemming: We kunnen ze hem niet ergens heen laten brengen waar we niet bij kunnen.