Sarah en Eleanor wachtten even en kropen dan naar voren tot de muur van de schuur voor hen oprees. Sarah vond een verwrongen paneel in de hoek, een smalle opening die niet bedoeld was als raam. Ze leunde eerst naar binnen. Daarna verschoof ze zodat Eleanor kon zien.
Eleanors maag zakte naar beneden. Kooien. Rijen vol. Honden opgesloten in gestapelde kratten, hangsloten, angstige gezichten tegen het draad gedrukt. En niet meer alleen twee mannen. Drie. Marcus. De gemaskerde man. Een andere figuur bewoog in het gangpad, controleerde de sloten, wees, telde.