Ze kroop dichterbij en gluurde door de halfopen deur. Emma zat in kleermakerszit op het kleed en keek naar haar pop, een voddenfiguur met knoopogen. “Hoorde je dat getik?” Fluisterde Emma, terwijl ze haar hoofd in de richting van de pop hield. “Dat zijn ze weer, ze zeggen welterusten.” Lucy’s adem stokte.
De pop lag natuurlijk slap op Emma’s schoot – geen beweging, geen antwoord. Maar de ernstige toon van het kind, de manier waarop haar ogen opzij schoten naar de beschilderde muur, stuurde ijs door Lucy’s aderen. Was dit verbeelding, of had het tikken haar dochter geleerd naar stemmen te luisteren waar er geen waren?