Voorzichtig vergrootte hij de opening. Het licht viel over ruw hout en een vlak oppervlak daarachter. “Er is… een platform, misschien,” zei hij langzaam. “En wat oude stof.” Lucy leunde dichterbij. De lichtstraal ontdekte de hoek van wat ooit een matras geweest zou kunnen zijn, de kromming van verroest metaal en een restje van iets dat er angstaanjagend uitzag als een kinderschoen.
Even kon Lucy alleen maar staren. De schoen lag op zijn kant, het leer gebarsten en gekrompen door de tijd, de veters stijf van het stof. De resten van de matras waren niet meer dan een doorgezakte vorm, de tikken waren gespleten. Dit was geen kast. Het was een plek geweest waar ooit iemand lag te slapen