Half slapend mompelde Mabel die middag vanuit haar stoel: “Iemand…volgt…zoek veiligheid.” Lauren draaide zich om, maar Mabel’s ogen bleven gesloten, haar adem stokte. De woorden weerklonken vreemd in de stille kamer, iets wat Lauren niet kon plaatsen, als een half herinnerde droom van haarzelf.
Bij het ontbijt de volgende dag lachte Mabel het weg. “Ik heb vast in mijn slaap gepraat, schat. Gekke dromen over de vreemdste dingen. Zo echt op het moment zelf. Vergeet dat ik het gezegd heb.” Ze beboterde haar toast met smaak, haar ogen weer helder. Lauren knikte, hoewel het geroezemoes bleef hangen als rijp op de ruit.