Ze biedt onderdak aan een oude vrouw in een sneeuwstorm. De volgende dag verschijnt er een miljonair en alles verandert..

Mabel’s vingers verstijfden op de deken. “Ik vind het hier wel fijn,” zei ze, met haar ogen op het vuur gericht. “Geen vreemden. Zo vredig met Lauren.” Een pauze, toen voegde ze er snel aan toe: “Niet dat ik ondankbaar ben, Charlie. Je hebt altijd voor me gezorgd.” Haar glimlach wiebelde, gevangen tussen warmte en verontschuldiging.

Hij knikte begrijpend en kneep in haar hand. “Natuurlijk, tante. Maar thuis heb je je medicijnen, je routine, al het andere dat je nodig hebt.” Mabel wierp een blik op Lauren, iets onuitgesproken in haar blik, voordat ze instemmend haar hoofd neeg. De kamer hield haar adem in, de beslissing bezinkend als vers poeder.