Charles stapte even later naar buiten, telefoon aan zijn oor, mompelend over de toestand van de weg. De deur klikte dicht. Mabel leunde dicht tegen Lauren aan, haar stem fluisterend. “Hij regelt alles, hij weet het het beste,” zei ze. Haar handen draaiden de deken strak, knokkels bleek tegen de wol.
Lauren klopte op haar arm, onzeker over wat ze moest zeggen. Mabel’s ogen schoten naar de deur en verzachtten toen. “Het is goed, echt,” mompelde ze, knikkend alsof ze zichzelf overtuigde. Het gefluister hing tussen hen in, breekbaar als de stoom die opstijgt van vergeten thee.