Man loopt 20 mijl naar zijn “werk” tot op een dag een agent hem volgt en ziet waarom

Morgenochtend, had hij gezegd toen ik naar mijn werk vroeg. Niet snel. Niet na middernacht. Gewoon ’s ochtends. Het klonk eenvoudig genoeg op dat moment. Maar hoe meer ik erover nadacht, hoe minder het klopte. Twintig mijl was geen gewone wandeling. Het was niet iets wat je een beetje verkeerd inschatte.

Zelfs in een stevig tempo was het uren lopen. Wat betekende dat midden in de nacht vertrekken om ’s ochtends ergens te zijn niet klopte. Tenzij hij loog. Of tenzij iets in zijn nachten niet volgens dezelfde regels verliep als bij ons.