Ze voelde het. De hartslag. Steady en sterk en ongehaast, verder en verder onder haar handpalm in de borst van deze vreemdeling die was niet langer een vreemde. Het hart van haar zoon. Negen jaar oud en nog steeds perfect op tijd. Ze keek naar haar hand. Toen naar Owen. Toen, op een punt voorbij hen beiden. Hij is er nog steeds, dacht ze. Hij is nooit gestopt.
Richard verscheen naast haar. Ze wist niet wanneer hij was gekomen, alleen dat zijn hand op haar schouder lag en dat ze daar dankbaarder voor was dan ze kon verwoorden. Claire stond even later aan haar andere kant, en Marcus achter Claire. Met z’n vieren en Owen bestonden ze even in een opstelling die ze allemaal op de een of andere manier al heel lang nodig hadden.