Een ara komt elke dag op het balkon van een man langs — en dan ziet hij wat er aan zijn poot zit…

De echte openbaring vond plaats op een hete donderdag, toen Arthur aan een kruiswoordpuzzel zat te werken. Red fladderde neer op de houten tafel, huppelde naar een houten potlood en pakte het behendig op met zijn snavel. Met een griezelige precisie hield de vogel het potlood rechtop en duwde het in Arthurs hand, terwijl hij twee keer met zijn geschubde pootje tegen het papier tikte, alsof hij eiste dat hij weer aan het werk ging.

"Nou, nou," fluisterde Arthur, terwijl zijn ogen groot werden toen hij het potlood aannam. "Waar heb je in vredesnaam zo’n trucje geleerd?" Hij testte de vogel nog wat verder en stak een klein houten ringetje uit een servethouder naar hem uit. Red pakte het behendig aan, draaide het om in zijn klauwen en plaatste het keurig over de hals van een lege glazen fles, waarna hij een trots, klinkend tjilpje liet horen.

Dit was geen wilde junglevogel die zomaar uit het bladerdak was verdwaald. Red was een wezen dat nauw met mensen had samengeleefd en met geduld, liefde en eindeloze herhaling was getraind. „Wie is jou kwijtgeraakt?” vroeg Arthur zachtjes, terwijl hij een stukje mango aanbood. De vogel nam het fruit voorzichtig uit zijn vingers en liet zijn zware kop tegen Arthurs handpalm rusten, vergezeld van een stille, tevreden zucht die het hart van de oude man brak.