Een ara komt elke dag op het balkon van een man langs — en dan ziet hij wat er aan zijn poot zit…

In de loop van de volgende paar weken groeide de band tussen de gepensioneerde archivaris en de zwerfpapegaai uit tot een dierbare vriendschap. Arthur merkte dat hij met een licht hart wakker werd, uitkeek naar hun middagbezoekjes en extra tropisch fruit kocht op de dorpsmarkt. „Hij houdt het meest van rijpe papaja's,” legde Arthur uit aan de plaatselijke fruitverkoper, die warm glimlachte om het hernieuwde enthousiasme van de oude man.

De papegaai leek net zo gehecht; hij bleef vaak urenlang zitten om zijn veren te verzorgen terwijl Arthur zijn romans hardop voorlas. Red bootste af en toe geluiden na, zoals zacht gefluit en het vage geluid van een deurbel, hoewel hij nooit duidelijke woorden uitsprak. “Je brengt veel leven in dit oude huis, Red,” zei Arthur op een avond terwijl de zon de hemel in een doek van roze en goud veranderde en de vogel comfortabel op zijn knie lag te dutten.

Maar ondanks de vreugde die hun dagelijkse routine met zich meebracht, bleef er een subtiele vleugje mysterie aan Arthurs gedachten knagen. Ergens in de uitgestrekte vallei of misschien wel achter de bergen had iemand urenlang deze vogel geleerd hoe hij moest spelen, vertrouwen en liefhebben. Arthur kon het gevoel niet van zich afschudden dat hij elke middag om drie uur slechts een stukje van andermans hart leende.