Een ara komt elke dag op het balkon van een man langs — en dan ziet hij wat er aan zijn poot zit…

Het was tijdens diezelfde zomerstorm dat Red voor het allereerste keer zijn toevlucht zocht in Arthurs woonkamer. Terwijl de donder over de bergen rommelde, vloog de vogel niet naar de veiligheid van de dichte jungleboompjes; in plaats daarvan huppelde hij door de open balkondeur naar binnen en klom hij meteen op Arthurs schoot, waar hij zijn kopje troostzoekend onder Arthurs arm begroef.

"Ik ben er voor je, maat," fluisterde Arthur, terwijl hij de lange, glanzende staartveren streelde en de regen in een regelmatig ritme tegen het tinnen dak kletterde. "Hier ben je veilig." Terwijl hij in het schemerige licht van de woonkamer zat, voelde Arthur een diep gevoel van zingeving dat hij al jaren niet meer had ervaren. Het huis voelde niet langer leeg of door stilte geteisterd; het voelde gevuld met leven en vertrouwen.

Toen de storm was gaan liggen en de lucht nog rook naar vochtige aarde en geplette bloemen, strekte Red zijn poten wijd uit en draaide hij zijn lichaam om zijn vochtige onderveren te verzorgen. Op dat moment bukte Arthur zich om een vochtige veer bij het linkerbeen van de vogel recht te trekken, en zag hij plotseling de onmiskenbare glans van gepolijst metaal dat tegen de geschubde huid was weggestopt!