Achterin het dagboek, in een klein vakje, vond Arthur een oud visitekaartje. Het papier was zacht en geel aan de randen. Het vermeldde een naam, een adres en een telefoonnummer van professor Emil Varga. Onder de naam, in kleinere letters, stonden de woorden: Culinaire geschiedenis en verloren recepten.
Arthur keek op de klok. Het was laat, maar niet te laat. Hij zat naast de koffer met de kaart in zijn hand en probeerde te beslissen wat hij zou doen. Een deel van hem wilde alles houden. Niet voor altijd, misschien, maar voor een tijdje. De koffer had kleur gebracht in zijn rustige leven.
Toen stelde hij zich voor dat hij dat ene ding zou verliezen dat hem het meest dierbaar was. Een oude foto. De trouwring van zijn overleden vrouw. Een notitieboekje vol herinneringen. Hij wist hoe zo’n verlies zou voelen. Dus pakte Arthur met nerveuze vingers de telefoon en belde.