Ze glimlachte zachtjes, stilletjes door een trillende ademhaling. Hij was het niet vergeten. Hij had haar altijd al gezien. Claire haastte zich niet om het haar broers te vertellen. Ze stormde het huis niet binnen zwaaiend met goudstaven of zwaaiend met de brief als een trofee.
Ze sloot de kelder stilletjes af, maakte de schuur schoon tot zonsondergang en vertrok met stof aan haar handen en iets lichters in haar borst. Die avond zat ze aan de keukentafel van de lege boerderij met de brief van haar vader naast een mok koud geworden thee.