Brian leunde achterover op zijn hielen, het kinderschoentje naast hem in de modder, Cooper zwaar ademend aan zijn zijde, en staarde naar de doos. Iemand had dit expres begraven. En van welk verhaal het ook was, het was gewoon in zijn tuin terechtgekomen. Brian droeg de doos naar binnen en zette hem met modder en al op de keukentafel. Cooper bleef zo dicht bij zijn been dat Brian twee keer bijna over hem struikelde.
Onder de lamp zag de inhoud er nog vreemder uit. De sjaal was klein, duidelijk bedoeld voor een kind. De foto’s waren bij de hoeken aan elkaar geplakt, maar de gezichten waren nog zichtbaar. Een vrouw. Een man. Een kleine jongen. Op één foto stonden ze met z’n drieën voor een veel mooier huis dan dit, lachend alsof hen nooit iets ergs was overkomen.