Daarna raakten ze in een ruw ritme: Brian maakte aarde los, Cooper klauwde er doorheen zodra hij pauzeerde. Modder spatte op Brian’s spijkerbroek. Regenwater glinsterde in het dieper wordende gat. Toen bevroor Cooper plotseling. Met een harde schraapbeweging rukte hij iets los uit de modder en sleepte het naar de open plek.
Brian staarde. Het was een kinderschoen. Klein, versleten, stijf van ouderdom, één riempje hing los. Voor een verschrikkelijke seconde gingen zijn gedachten naar een duistere plek. “Verdomme…” Cooper rende terug naar het gat en Brian greep opnieuw naar zijn kraag. Toen zag hij het onder de verstoorde aarde: geen bot, geen stof, maar een harde bleke rand, te recht om natuurlijk te zijn.