Hij hurkte en ruimde meer vuil op met de punt van de schop. Een hoek kwam tevoorschijn. Toen nog een. Een doos. Brian’s polsslag sloeg hard. Er was iets begraven in zijn tuin en Cooper wist precies waar het was.
Hij werkte nu voorzichtiger, maakte de randen schoon tot het hele ding in beeld kwam. Het was een oude houten kist, waar de bleke verf hier en daar nog aan kleefde, één kant gebarsten, de metalen klink bijna onherkenbaar verroest. Hij klemde beide handen eronder en trok. Met een nat zuigend geluid kwam het los van de grond.