Hij wrikte een klein stukje sierlijst bij de vloer los en schraapte er wat stof en puin uit. “Zie je?” zei hij, terwijl hij wat oude uitwerpselen hadden kunnen zijn omhoog hield. “Waarschijnlijk ratten. Ik zou een paar vallen zetten, misschien de ongediertebestrijding inschakelen als het zo doorgaat.” Het woord ratten troostte haar op een vreemde manier.
Die avond, toen Emma al sliep, zette Lucy met vaste handen twee vallen langs de voet van de muur. Er zat een soort opluchting in: een duidelijk probleem, een praktische oplossing. Het huis kromp ineen tot iets hanteerbaars: hout, leidingen, ongedierte. Niets dat niet onder controle kon worden gehouden met tijd en moeite