Ooit, jaren geleden, had Lauren op een plek gewoond waar de winter nooit haar huid bereikte, alleen haar hart. Het appartement met Damien was een en al zachte lampen en smaakvolle kussens, het soort huis dat er op foto’s warm uitzag. Maar daarbinnen had ze langzaam geleerd om te twijfelen aan elk gevoel dat ze had.
Het was niet in één scherp moment gebeurd. Het waren kleinere dingen, herhaald tot ze gewoon aanvoelden. “Je herinnert het je verkeerd, Laur.” “Niemand anders zou dit zo persoonlijk opvatten.” Als ze fronste of het probeerde uit te leggen, zuchtte Damien en kuste haar voorhoofd, alsof ze een verdrietig kind was.