Als mensen voor het eerst langs de smalle grindweg rijden die naar Ava’s landgoed leidt, stoppen ze meestal even en rijden dan weer door. Van een afstand ziet het gebouw aan de rand van het veld er precies zo uit als het ooit was: een verweerde stalen zeecontainer, lang en rechthoekig, met de industriële botten nog zichtbaar onder een frisse buitenkant van houtskool. Maar Ava glimlacht altijd als bezoekers aarzelen bij de poort, omdat ze weet wat er dan komt. Ze verwachten iets kouds, krap, misschien zelfs onafgewerkt. In plaats daarvan vinden ze een huis dat doordacht, luchtig en heel persoonlijk aanvoelt, gebouwd door een vrouw die mogelijkheden zag waar anderen schroot zagen.
Ava was er niet op uit om iemand te worden die in een container woont. Een paar jaar eerder had ze een klein appartement in de stad gehuurd, waar ze elk jaar meer betaalde voor minder ruimte en minder rust. Ze wilde een huis dat ze met haar eigen handen kon vormgeven, iets betaalbaars maar toch mooi. Toen ze een oude container tegenkwam voor minder dan de prijs van een tweedehands auto, nestelde het idee zich in haar hoofd en weigerde het te verlaten. Vrienden lachten. Haar familie vroeg of ze het meende. Dat was ze. En toen ze eenmaal aan haar keukentafel schetsen begon te maken, was er geen weg meer terug.
Nu vertelt de ingang het hele verhaal in een paar seconden. Een houten dek verzacht het stalen omhulsel, hoge grassen wuiven rond de hoeken en warme verlichting bij de deuropening laat de plek gloeien in de schemering. De originele vrachtdeuren zijn er nog steeds als designkenmerk, maar daarachter zit een moderne glazen ingang die de sfeer onmiddellijk verandert. Het voelt niet langer als een container. Het voelt als een geheim dat wacht om geopend te worden.