Leo nam de jongen mee naar de keuken en wikkelde hem in een droge deken. Maya, een van de brandweerlieden die dienst had, zette warme chocolademelk voor hem neer, maar hij raakte die niet aan. Hij keek alleen maar naar Leo’s gezicht, en vervolgens naar Leo’s pols, waar onder zijn mouw een oud brandlitteken te zien was.
De jongen tikte op het litteken en tikte vervolgens op hetzelfde litteken dat op de krantenfoto te zien was. Zover begreep Leo het wel. Het kind was op zoek naar de man op de krantenknipsel.
Maya zag een vlekkerig bezoekersstickertje van het ziekenhuis op de mouw van de jongen plakken. Leo vroeg voorzichtig: „Kom je uit St. Anne’s?“ De jongen knikte snel. „Is de vrouw op deze foto daar?“ Weer een knik. Leo voelde een knoop in zijn maag. Toen herinnerde hij zich haar naam: Soline. Hij had haar uit de brand in Harren gered en nooit geweten wat er gebeurde nadat de deuren van de ambulance dichtgingen.