Murat bewoog nu sneller, de urgentie dreef hem vooruit. De lucht was hier warmer. Beter dan de kou, maar op een gegeven moment wordt het moeilijker om na te denken. Zijn armen begonnen te trillen. Zijn benen voelden zwak aan.
Toch ging hij door. “Bijna daar!” riep iemand. Murat keek even naar beneden en toen gleed zijn voet uit. Hij liet zich plotseling vallen, zijn lichaam schokte toen zijn greep het voor een fractie van een seconde begaf. Een stem schreeuwde bij het zien.
Murat knalde tegen de muur en ving zichzelf net op tijd op. Zijn adem kwam scherp. Ongelijkmatig. Even bewoog hij niet. Durfde niet. Toen zette hij zich langzaam recht. En liep door. Stap voor stap.
Tot hij uiteindelijk losliet. En zich de laatste korte afstand op vaste grond liet vallen.