Lucy sliep nauwelijks. Het ochtendlicht scheurde over de gordijnen van de kinderkamer terwijl ze de kolommen van haar notitieboek bestudeerde. Het patroon leek weloverwogen, bijna conversationeel, maar toch inconsistent genoeg om de logica te tarten. Lucy zei tegen zichzelf dat het een vogel kon zijn die in de dakrand nestelde of knaagdieren. De verklaringen werden steeds minder telkens als ze ze onderzocht.
S Ochtends sleepte ze de trap uit de bergruimte om het ventilatierooster boven Emma’s bed te inspecteren. Het rooster kwam gemakkelijk los en liet de geur van muf stof vrij. Verder niets. Daarachter lagen alleen blokken metselwerk waar lang geleden een ouder kanaal moest zijn afgedicht.