Zes weken later waren de zware regens voorbij en was het bos van Chitwan gehuld in een prachtig, helder groen. Agni’s vrijlating in zijn koninkrijk was rustig en eenvoudig, precies zoals het hoorde. De zware stalen deur van zijn transportkooi gleed met een scherpe klap open. De tijger haastte zich niet naar buiten. Hij bleef staan bij de uitgang, zijn vacht glom prachtig in de zon. De lange chirurgische lijn op zijn zij was al bedekt door een verse groei van dikke oranje vacht.
Met een enkele, moeiteloze sprong passeerde hij de truck en verdween hij in het dichte struikgewas. Twee maanden later ging Paul terug om de geheugenkaarten van zijn verborgen camera’s op te halen. Terug in zijn studio, scrollend door de foto’s, flikkerde de monitor plotseling naar een opname die in het holst van de nacht was gemaakt. De flits van de camera belichtte een massieve mannetjestijger die een droge rivierbedding overstak. Zijn pas was lang, krachtig en vrij. Agni was weer een eenzame schim.