Ondanks de chaos wilde Mark Duke nog niet opgeven. Ze besloten een strikte grens te trekken en een zwaar babyhekje onderaan de trap te plaatsen om Duke’s toegang tot de bovenverdieping te beperken. “Misschien wordt hij rustiger als hij niet voor de deur staat,” hoopte Sarah. Maar de barrière deed weinig om de storm te bedaren. Duke bracht de nacht door onderaan de trap, zijn geblaf galmde de trap op, een onophoudelijk, dreunend geluid dat Leo elk uur wakker maakte.
Sarah ging heen en weer om de baby te troosten terwijl Duke’s agressieve uitbarstingen steeds frequenter werden. Het gebrek aan slaap eiste zijn tol op iedereen. Mark hield Duke vanuit de keuken in de gaten. Hij zag hoe de hond rilde en ijsbeerde, terwijl zijn ogen steeds naar het plafond keken. Het leek niet meer op jaloezie, maar op obsessie.
Ze zaten gevangen in een cyclus van lawaai en angst, zich afvragend of de trouwe metgezel die ze kenden voor altijd weg was, vervangen door een wezen dat ze niet herkenden.