Nog voordat Maya voor het eerst naar binnen stapte, waarschuwde de buitenkant van het gebouw haar al dat dit geen normaal appartement was. Het staat op een smal stuk grond in Tokio, bedekt met felgele bakstenen en heeft de vorm van een driehoek. Vanuit bepaalde hoeken lijkt het bijna onmogelijk dun, alsof iemand een gewoon gebouw heeft genomen en platgedrukt tussen twee grotere blokken.
De smalste kant trekt de meeste aandacht. Mensen die langslopen kijken vaak met dezelfde verwarde blik omhoog, in een poging te begrijpen waar de kamers zijn. Maya voelt zich soms opgelaten. Ze had niet verwacht dat haar huis een kleine straatattractie zou worden. Maar na verloop van tijd is ze het grappig gaan vinden. Het gebouw ziet er onmogelijk uit en toch heeft ze haar sleutels in haar zak.
Voor Maya is de vreemde buitenkant ook een deel van de charme van het appartement. Tokio zit vol met kleine ruimtes die op een slimme manier worden gebruikt, maar dit gebouw voert dat idee tot het uiterste door. Het is niet elegant in de gebruikelijke zin en ook niet ruim. Maar het doet wat Tokio vaak het beste doet: het maakt van een moeilijk stukje land iets functioneels. Op de een of andere manier heeft Maya binnen die dunne gele driehoek een plek gevonden om te slapen, te studeren, te koken, een bad te nemen en haar leven in Japan te beginnen.