Max leidde haar naar het laagste punt van het steegje, waar het regenwater een steeds dieper wordende plas modderig water had gevormd. Hij bleef staan naast een verroeste, ingestorte ijzeren laadbrug en blafte verwoed naar de donkere leegte eronder. Chloe viel op haar knieën in het water en richtte het natte scherm van haar telefoon op de kruipruimte. Haar hart brak.
Op een smalle betonnen richel, slechts enkele inches boven het stijgende water, zat een ernstig uitgemergelde moederhond, omringd door vier piepkleine, pasgeboren puppy’s. Het geheim was eindelijk onthuld. Twee jaar lang was deze moederhond op straat de metgezel van Max geweest.
Max was niet uit angst voor Chloe weggelopen; hij was elke nacht stiekem weggeglipt om zijn eigen eten mee te nemen naar zijn uitgehongerde, verborgen gezin. Hij kon ze niet achterlaten om in het donker te verdrinken. Terwijl ze verwoed tegen de ijskoude stortbui in werkte, reikte Chloe diep in de krappe kruipruimte. Een voor een haalde ze de kleine, natte puppy’s voorzichtig uit de donkere leegte en stopte ze veilig in haar jas.