De agenten deden de zaklampen op hun wapens branden en daalden één voor één de smalle trap af. De treden leidden naar een lange, gewapende betonnen tunnel die recht onder de bosbodem doorliep. De lucht hier beneden was vochtig en zwaar, en langs het plafond liepen dikke elektriciteitskabels die stroom onttrokken aan een onbekende bron.
Ze volgden de ondergrondse gang bijna vijftig yards en bewogen zich geruisloos voort om niet ontdekt te worden. De tunnel liep geleidelijk omhoog en eindigde uiteindelijk bij een enorme, moderne veiligheidsdeur van gewapend staal. Het digitale toetsenbord naast de klink knipperde groen, wat aangaf dat de deur zojuist was ontgrendeld.
Vanaf de andere kant van de zware stalen deur hoorden de agenten het onmiskenbare geluid van een dieselmotor die op toeren kwam, vergezeld van het metaalachtige gekletter van zware opslagkisten die in een voertuig werden geladen. De verdachte was bezig te ontsnappen via een verborgen uitgang. De kapitein gaf zijn team een teken en op drie wierpen ze zich met hun volle gewicht tegen de deur.