De fietser werd uiteindelijk geïdentificeerd als Callum Voss. Uit zijn “Swift-Drop” gegevens bleek dat hij veertig minuten van zijn route was afgeweken in de buurt van Halden Park. Hij had een geschiedenis van “zoekgeraakte” pakketjes en een strafblad voor kleine fraude. Tegen de tijd dat de zon onder begon te gaan, had de politie een huiszoekingsbevel voor zijn opslagruimte.
Lena zat in de verhoorkamer, niet langer in de handboeien, maar ze mocht nog steeds niet weg. Ze luisterde naar de hectische activiteit in de hal. Ze hadden de rode tas gevonden. Ze vonden de blauw gevoerde koerierstasjes. En in één van de zakjes vonden ze sporen van dezelfde rode kleurstof als in Evelyn Marrow’s tasje.
Maar de grootste verrassing kwam van de telefoon van Voss. Hij had niet alleen gehandeld. Hij had die ochtend een reeks gecodeerde berichten ontvangen die hem een specifieke locatie en een specifieke tijd gaven. Het laatste bericht luidde: Laat vallen bij het bankje. Zorg ervoor dat iemand het ziet. Ik zorg voor het rapport. De afzender was geen crimineel meesterbrein, maar iemand waar nog niemand rekening mee had gehouden..