Op de dag dat de containers arriveerden, stonden nieuwsgierige buren langs de wegen te kijken. Enorme kranen tilden elke container voorzichtig op zijn plaats, terwijl vrachtwagens over het terrein denderden. De operatie duurde uren. Elke beweging moest zorgvuldig worden gepland. Eén fout kon schade toebrengen aan de containers, de apparatuur of zelfs het terrein zelf. Voor het echtpaar was het een spannende mijlpaal. Voor veel toeschouwers leek het het begin van een ramp. Toen de kranen eenmaal waren vertrokken en het stof was neergedaald, bleven de containers achter. Ze waren enorm. Koud. Industrieel. En volkomen misplaatst.
De kritiek kwam al snel weer opzetten. Mensen die langs het terrein reden, konden niet begrijpen wat het echtpaar probeerde te bereiken. Sommigen grapten dat ze ’s werelds duurste opslagterrein aan het bouwen waren. Anderen beweerden dat de containers de natuurlijke schoonheid van het landschap verpestten. Zelfs een paar voorstanders vroegen zich stilletjes af of de critici misschien gelijk hadden. Op dat moment was het moeilijk voor te stellen hoe het project ooit aan de visie van het stel zou kunnen voldoen.
Toen begon het snijwerk.