Daniel liet zichzelf binnen met de reservesleutel die onder de veranda-lamp was verstopt, dezelfde sleutel die daar al zes jaar lag. Hij merkte het kleine toetsenbord naast de deur nauwelijks op; het enige rode lampje knipperde op een plek waar vroeger helemaal niets had gezeten. Hij had geen tijd om erover na te denken — hij wilde Laura vinden.
Hij rende de trap twee treden tegelijk op, terwijl hij zich haar gezicht al voorstelde. De badkamerdeur stond op een kier en hij duwde hem open op weg naar de wastafel om zich even op te frissen voordat hij haar ging zoeken. Hij bleef als aan de grond genageld in de deuropening staan.
Op de wastafel lag een scheermesje dat niet van hem was. Ernaast stond een onbekende flesje eau de cologne, en aan het handdoekenrek hing een donkerblauwe tandenborstel die niet van hem was en zeker niet van Laura. Zeven maanden weg, en het leven van iemand anders had zich in dit huis genesteld alsof het hier thuishoorde. Achter zich, vaag en ver weg, meende hij een zacht elektronisch geluidje van beneden te horen. Hij dacht er verder niets van…