Het veulen probeerde zijn lange benen onder zich op te vouwen, maar zakte toen met een zacht geluid terug in het stro. Daphne wilde hem helpen, maar de waarschuwing van dr. Okafor hield iedereen in bedwang. Willow zweette te veel. Haar oren bewogen heen en weer. Haar flanken spanden zich keer op keer aan.
‘Bloedt ze?’ vroeg Daphne. ‘Niet dat ik kan zien,’ zei dr. Okafor. ‘Maar ik moet weten wat er samen met het veulen naar buiten is gekomen.’ Hij vroeg om de placenta en spreidde die vervolgens uit over een schoon laken onder de schuurlamp. Daphne had eerder vermeden om te kijken. Nu keek ze toe hoe hij met vaste hand elk deel controleerde.
Hij bleef hangen bij een scheurachtig ogend gedeelte. „Wat is dat?” vroeg ze. „Het kan een achtergebleven placenta zijn,” zei hij. „Of een ontbrekend deel. We kunnen het niet raden.” Daphne wist genoeg om bang te zijn. Een infectie na het veulenen kon zich snel verspreiden. Pijn kon uitmonden in hoefbevangenheid. Een klein probleem kon voor de ochtend uitgroeien tot meerdere problemen. Willow kreunde achter hen en perste opnieuw. Dr. Okafor draaide zich weer naar haar toe en pakte zijn draagbare echografiekoffer. Hij onderzocht de mogelijkheden niet langer rustig; hij sloot ze nu te snel uit. “Dat is niet zomaar naweeën…”