Tegen de avond voelde het appartement verstikkend aan. Adrian zat aan de eettafel met zijn laptop open, bankafschriften uitgespreid als bewijsmateriaal op een plaats delict. Mei stond tegenover hem met haar armen over elkaar. Ze schreeuwde niet, maar haar stille woede was angstaanjagend. “Hoeveel?” vroeg ze.
Hij vertelde haar het nummer één keer, en ze liet het hem herhalen. Mei ging zwaar zitten, zonder zelfs haar stoel uit te trekken, alsof haar knieën het hadden begeven. Voor hen was 500.000 dollar niet zomaar een getal. Het vertegenwoordigde een veilig pensioen voor haar ouders, Daniels eerste appartement en de toekomst die ze dachten op te bouwen.
Adrian probeerde uit te leggen dat hij de verklaringen had geloofd en dat Victor jarenlang rendementen had uitbetaald. Maar zijn excuses klonken leeg tegenover de aangerichte schade. Mei keek hem aan alsof hij een vreemde was. “Je hebt ons hierin meegesleept,” zei ze. Hij wilde zeggen dat hij ook slachtoffer was, maar toen hij naar de spreadsheet keek, besefte hij dat zijn goede bedoelingen er niet meer toe deden.