Leo controleerde het primaire digitale radiosysteem van het schip om te zien of er een reddingsactie was georganiseerd. Een rood foutlampje brandde continu op het dashboard. Dezelfde kortsluiting die het valse zinkalarm had veroorzaakt, had de digitale radioantenne tijdens de uitzending doorgebrand. De kapitein had op de noodknop gedrukt, maar het signaal was afgebroken voordat de coördinaten van het schip konden worden verzonden. Voor de buitenwereld wasde Albatross simpelweg stilgevallen. De kustwacht had geen idee waar ze zich bevonden.
Leo zag echter een stoffige, ouderwetse analoge reserve-radio op een lagere plank staan, aangesloten op een onafhankelijke noodaccu. Hij stak zijn hand uit en zette de aan/uit-schakelaar van het reserveapparaat aan. Het apparaat kwam met een zoemend geluid tot leven, en een zacht, gezond ruisgeluid vulde de ruimte. De radio werkte perfect. De in paniek geraakte bemanning was naar de reddingsboten gerend zonder hun reserveapparatuur te controleren.