De snelweg veranderde in een verblindende tunnel van grijze mist en knipperende stroboscooplampen. Vance hield één hand aan het stuur en de andere op zijn radio, terwijl hij met de staatspolitie een afzetting coördineerde. Naast Elena achterin was Valorian als bezeten. Hij stond met zijn voorpoten op de middenconsole, zijn ogen strak gericht op de zwarte sedan door de voorruit.
“Hij rijdt richting het industrieterrein!” schreeuwde Vance boven het sirenegeluid uit. “Als hij de snelweg opgaat, raken we hem kwijt in de file!” Douglas reed alsof hij niets meer te verliezen had; hij dwong vrachtwagens de vluchtstrook op en raakte de spiegels van stilstaande auto’s. Elke keer als de sedan uitweek, liet Valorian een scherp, keelachtig geblaf horen, waarbij zijn lichaam zich spande alsof hij zich door de ruit wilde werpen.
Zijn blik week geen moment af van de rode gloed van de achterlichten van de sedan. De afstand werd kleiner, maar de regen veranderde de weg in een zwart glasvlak.